Overslaan en naar de inhoud gaan

Speciale verkiezingsblog -bericht 3 van 3 voor de volgende regering

Inhoudsbeheer11

Speciale verkiezingsblog - bericht 3 van 3 voor de volgende regering

 

Blog 53 * 9 maart 2017 - door Prof. em. dr. Albert Koers

 

Oproep aan de volgende regering

En aan alle politieke partijen die aan die regering willen deelnemen

 

Windenergie op land: denk nog eens na over de kosten en de baten

 

De vorige twee blogs in deze korte serie van drie gingen over onderwerpen die heel veel groter en algemener zijn dan windenergie: de besluitvorming over de energietransitie en een model voor het bepalen van lange termijn doelstellingen van het energiebeleid. Ik ben echter niet voor niets voorzitter van de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW) en dus eindig ik met een blog over dat specifieke onderwerp. 

Denk echter niet dat deze blog niets van doen heeft met de vorige! In mijn ogen hangen alle onrust en verzet tegen (plannen voor) windparken op land direct samen met de gebreken van het Nederlandse duurzame energiebeleid die ik in de vorige blogs aan de orde stelde, te weten: geen lange termijn doelstellingen, maar korte termijn politieke ambities; mede daarom weinig tot geen draagvlak voor het beleid bij burgers; en een te geringe rol van onafhankelijke deskundigen bij de beleidsvoorbereiding en beleidsuitvoering. Windenergie op land laat perfect zien waartoe deze gebreken leidden: onrust en verzet bij elk nieuw initiatief; inzet van steeds meer dwang en dwingelandij; en het desondanks toch niet halen van de ambities. En dit alles ten koste van het draagvlak voor de zo noodzakelijke energietransitie.

In de gepolariseerde wereld van windenergie op land (1) heeft de NLVOW altijd geprobeerd een middenkoers aan te houden. Ons motto was en is: “We zijn niet tegen windenergie, maar tegen slechte plannen en slechte parken”. Ons doel was en is het behartigen van de belangen van omwonenden en dat doen en deden we niet alleen door te lobbyen in Den Haag voor betere regelingen, maar ook door in tal van projecten omwonenden daadwerkelijk bij te staan in onderhandelingen met overheden en ontwikkelaars. We weten dus wat er speelt in de praktijk en ik meen die “past performance” ons legitimeren om aan een nieuwe regering en aan de nieuwe Tweede Kamer de suggestie te doen om nog eens goed na te denken over de toekomst van windenergie op land.

Laat ik - geheel in de NLVOW traditie van zoeken naar evenwicht tussen verschillende standpunten - beginnen met het noemen van een paar redenen om die suggestie niet op te pakken en om gewoon door te gaan met een “business-as-usual” scenario.

•    Volgens het Energieakkoord uit 2013 moet er in 2020 in totaal 6.000 MW windvermogen op land zijn gerealiseerd. Het is zeer de vraag of we dat gaan halen - waarschijnlijker lijkt 4.000 tot 4.500 MW. Los daarvan: ook al mochten we als NLVOW niet meedoen aan de onderhandelingen, feit is dat het Energieakkoord is bevestigd in democratisch genomen besluiten van regering en parlement.

•    Die 6.000 MW zijn niet alleen vastgelegd in het Energieakkoord, maar ze zijn ook nodig om te voldoen aan de EU afspraak van 14% duurzame energie in 2020. De Nationale Energieverkenning 2016 laat zien dat we die 14% niet gaan halen - we blijven steken op ca. 12,5% - maar het doel van 16% in 2023 is wel binnen bereik vanwege het online komen van grote windparken op zee.

•    Wind op land is op dit moment de goedkoopste vorm van duurzame energie die echt wat oplevert aan MWh en het is een bewezen technologie die direct inzetbaar is. Bovendien: als die turbines verouderd zijn of ze zijn niet meer nodig vanwege een beter technologie, dan kunnen ze zonder blijvende schade aan natuur en landschap worden verwijderd.

Dan de overwegingen om nog eens goed na te gaan denken over wat we willen met windenergie op land.

Ruimtelijk beleid
•    Een belangrijke opgave van overheden - Rijk, provincies en gemeenten - is de zorg voor een “goede ruimtelijke ordening”. In ons dichtbevolkte land een taak van groot belang want een goede ruimtelijke ordening heeft niet alleen betrekking op landschap, natuur en cultuur, maar ook op de leefomgeving van mensen. En dus op hun woongenot. Als het om windenergie op land gaat, hebben overheden slechts in zeer beperkte mate invulling gegeven aan de opdracht om voor een goede ruimtelijke ordening te zorgen en al helemaal als het gaat om de kwaliteit van de leefomgeving van mensen.

•    In de praktijk zijn het de grondposities van commerciële partijen die bepalen waar windparken komen en niet een open en transparante afweging en besluitvorming van overheden over de vraag waar een windpark het beste gesitueerd kan worden. Ook in de verdere ruimtelijke ordeningsprocedures na een aanvraag van commerciële partijen gedragen overheden zich vooral als controleur of aan alle wettelijke eisen wordt voldaan en niet als zelfstandige partij die alle belangen afweegt, niet alleen van commerciële partijen en van landschap, natuur en cultuur, maar ook van omwonenden.

Baten en kosten
•    Volgens de cijfers van CBS Statline droeg wind op land in 2015 ca.1% bij aan het totale finale energieverbruik van ons land (23 PJ op 2.301 PJ) en nam het 5,5% van de totale Nederlandse elektriciteitsproductie voor zijn rekening. Die cijfers verdubbelen als we de afgesproken 6.000 MW in 2020 weten te realiseren, maar zelfs dan levert windenergie op land slechts een beperkte bijdrage aan het halen van de 14% duurzame energie doelstelling van de EU en aan de idem nationale doelstelling van 16% in 2023. En het is nog maar zeer de vraag of we die 6.000 MW wel gaan halen.

•    Op basis van rapporten van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) schat ik de subsidiekosten van windenergie op land van 2006 tot 2015 op 4,5 miljard euro. Dat bedrag was goed voor 2.465 MW op land.  Als ik daarvan uitga, maar rekening hou met dalende kosten, dan schat ik dat die 6.000 MW in 2020 9 tot 10 miljard gaan kosten aan subsidie. Doe daar nog een paar miljard bij voor de noodzakelijke aanpassingen aan het elektriciteitsnetwerk en dan kost windenergie op land ons 12 miljard over een periode van 10 tot 15 jaar. Op te brengen door particuliere huishoudens.

Minder CO2 uitstoot
•    De vraag hoeveel uitstoot wordt vermeden door windenergie is lastig te beantwoorden. Vergelijk je met kolencentrales (tot 900 ton CO2 uitstoot per 1000 MWh) of met gascentrales (tot 400 ton)? En hoe bereken je de extra CO2 uitstoot van “piekscheerders” die nodig zijn om de variatie van windenergie op te vangen? De RVO stelt dat we per MW windvermogen per jaar 1000 ton CO2 uitstoot vermijden, maar dat lijkt erg optimistisch. Maar vooruit:  die 6.000 MW in 2020 levert dan een reductie op van 6 miljoen ton per jaar. Dat is circa 3% van de totale Nederlandse uitstoot van bijna 200 miljoen ton per jaar. Het sluiten van kolencentrales levert in één klap 30% op. 

•    Als we, gemakshalve, die 12 miljard aan totale kosten gelijkelijk verdelen over een gemiddelde subsidie-periode van 12 jaar, dan kost het vermijden van 6 miljoen CO2 uitstoot ons dus 1 miljard per jaar, dat wil zeggen: ca 165 euro per ton. En dit terwijl elk bedrijf binnen de EU dat een extra ton CO2 wil uitstoten die ton onder het EU “Emissions Trading System” kan kopen voor ongeveer 5 euro. En dat is dus exact wat kolencentrales in Polen en andere bedrijven in de EU doen. Daarom concludeert het CBS dat op Europese schaal windenergie in Nederland niet leidt tot CO2 reductie: wat wij vermijden, gaat elders de lucht in.

Betere alternatieven
•    De kostprijs van een kWh uit windparken op zee is dramatisch gedaald. Rekende de overheid tot voor kort voor windenergie op zee met een kostprijs van minimaal 12 tot 13 cent per kWh, in korte tijd ging die kostprijs drastisch omlaag, eerst naar ca. 7,5 cent/kWh (het windpark van Dong Energy voor de Zeeuwse kust) en nu naar ca. 5,5 cent/kWh (het Shell windpark, ook voor de Zeeuwse kust). Daarmee is windenergie op zee nu vrijwel even duur, zo niet goedkoper, dan windenergie op land. En bespaart de overheid miljarden aan subsidie. Ere wie ere toekomt: het door minister Kamp geïntroduceerde tender-systeem heeft alles van doen met deze ontwikkeling.

•    Een soortgelijke, maar minder abrupte daling doet zich voor met de kostprijs van een kWh uit zonne-energie. De sommetjes variëren nogal, maar in Duitsland wordt nu een zonnepark gebouwd dat gaat leveren tegen 4,5 cent/kWh. Bloomberg New Energy Finance verwacht daarom na 2020 massale investeringen in zonne-energie en voorspelt dat zonne-energie in 2030 de goedkoopste vorm van duurzame energie zal zijn met een kostprijs van 3 tot 4 cent/kWh. Bloomberg verwacht ook dat na 2020 batterij-opslag algemeen gangbaar zal worden bij kleine installaties op het eigen dak.

Maatschappelijk verzet
•    Meer dan enige andere organisatie weet de NLVOW hoe groot en fel het verzet is van omwonenden tegen de komst van windparken. Het aantal varieert, maar gemiddeld zijn er de laatste jaren altijd meer dan 100 actiegroepen actief tegen de komst van een windpark bij hen in de buurt. Dat verzet afdoen als een NIMBY-reactie is even onterecht als werknemers kwalijk nemen dat ze bij hun werkgever opkomen voor hun belangen. Plannen voor windparken zijn een splijtzwam binnen dorpen en zelfs binnen families. Op een aantal plaatsen loopt de controverse zo hoog op dat de sociale cohesie binnen (dorps)gemeenschappen wordt aangetast. Niet voor niets vroeg de Tweede Kamer in december 2016 minister Kamp om pas op de plaats te maken het realiseren van windparken in de Drentse Veenkoloniën want juist daar liepen de spanningen hoog op.(2)

•    Feit is dat in ons drukbevolkte land omwonenden minder bescherming hebben tegen overlast van windparken dan in de ons omringende landen. De Nederlandse geluidsnormen laten toe dat een modale turbine op 400 meter van woningen mag worden geplaatst, terwijl diezelfde turbine in de ons omringende landen op minstens 800 meter moet blijven en soms zelfs op het dubbele daarvan. Bescherming tegen de slagschaduw van de wieken van een turbine is al evenmin adequaat geregeld. En naar elders verhuizen zit er niet in om omdat een huis in de buurt van een windpark maar al te vaak onverkoopbaar is. Planschade claimen kan pas na jaren als het bestemmingsplan is vastgesteld en levert bovendien nooit iets op dat zelfs maar in de buurt komt van de waardedaling van een huis.

Er zijn dus tal van goede redenen voor een nieuwe regering (en een nieuwe Tweede Kamer) om na te denken over de toekomst van windenergie op land. Laten we open en nuchter afwegen wat beter is: zonne-energie, windenergie op zee of elders in Europa, WKK systemen en bovenal: besparing. Zoals de vlag er nu bijstaat, is windenergie op land - helaas - de perfecte illustratie hoe het niet moet als de overheid ernst wil maken met de energietransitie en met het bouwen aan draagvlak daarvoor in de samenleving

Dat is, bij deze, mijn oproep aan de nieuwe regering en de nieuwe Tweede Kamer.

1) heb het dus niet over windenergie op zee,  al is ook dat niet onomstreden wegens conflicten met ander gebruik van de zee. Generieke overwegingen als uitputting van fossiele brandstoffen, minder afhankelijkheid van buitenlandse regimes en bevordering van werkgelegenheid laat ik hier buiten beschouwing want die gelden voor alle vormen van duurzame energie.

2)Wat de minister niet van plan is te gaan doen. Zie mijn vorige blog waarin ik stel dat een project dat dreigt te mislukken maar al te vaak leidt tot en escalatie van dwang en dwingelandij.

Categorie

Laatste berichten